Corruptie en klimaatverandering – Corruption and Climate change

170328, Hoe corruptie klimaatverandering aandrijft

Op 26 maart 2017 verschijnt in de Japan Times een artikel dat de verbinding bloot legt tussen corrupt gedrag – hier gedrag van Shell en van de grootste Italiaanse onderneming, ENI – enerzijds, en anderzijds de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de consequenties in klimaatverandering mogelijk gemaakt door Nigeriaanse leidinggevenden en bedrijven in één van de meest slinkse deals van ‘Big Oil’. Twee dagen later verschijnt hetzelfde artikel in Duurzaam Nieuws.

Zie hierna ook de links naar de oorspronkelijke artikelen: eerst in het Engels, scroll door naar de Nederlandstalige versie.

See next the original English-version of the article, followed by the article in Dutch.

How corruption is fueling climate change

by Lili Fuhr,  Mar 26, 2017

LONDON/BERLIN – Anti-corruption campaigners achieved a number of crucial victories in 2016, not least by ensuring accountability for one of Big Oil’s most crooked deals: the acquisition of Nigerian offshore oil block OPL 245 in 2011 by Royal Dutch Shell and Eni, Italy’s largest corporation. Last December, Nigeria’s Economic and Financial Crimes Commission indicted some of the Nigerians involved, and Italian prosecutors then concluded their own investigation, bringing the executives and the companies responsible for the deal closer to standing trial.

Several months earlier, in June 2016, the U.S. Securities and Exchange Commission published a rule, under Section 1504 of the 2010 Dodd-Frank Act, requiring oil, gas and mining companies to disclose all payments made to governments on a project-by-project basis. If the SEC had issued its rule earlier, Shell and Eni most likely would not have gone ahead with the OPL 245 deal, because they would have had to disclose their payment. But opposition from the oil industry delayed the rule, so the companies were able to conceal their payment.

Last year also marked the first time in millions of years that the concentration of CO2 in the atmosphere reached 400 parts per million. While the Paris climate agreement was hailed as a major success when it was concluded in December 2015, many signatories have displayed a remarkable lack of ambition in upholding their carbon-reduction commitments. To understand why is to see the sheer extent to which our systems of government have been captured by the corrupting influence of vested interests.

The story of OPL 245 began in 1998, when the Nigerian dictator Sani Abacha awarded the block to Malabu Oil and Gas, which was secretly owned by Dan Etete, Abacha’s own oil minister. Thus, Etete had essentially given OPL 245 to himself. But after the Abacha regime fell, the block was taken from Malabu and awarded to Shell. This triggered a series of legal battles between Malabu, Shell, and the Nigerian government that ended only with the corrupt Shell-Eni deal in 2011.

Public documents show that the $1.1 billion that Shell and Eni paid to the Nigerian government for the deal was, in reality, being paid to Malabu. Both companies knew that this payment method, through an account created by J.P. Morgan in London, was in breach of the Nigerian Constitution, and that the funds would end up in private hands.

Eni claims that it investigated the deal and found “no evidence of corrupt conduct in relation to the transaction.” Shell, for its part, says that it only paid the Nigerian government, and that it does “not agree with the premise behind various public statements made by Global Witness about Shell companies in relation to OPL 245.” But Italian prosecutors have now requested a trial for several senior Eni executives — including the current CEO, Claudio Descalzi, and his predecessor — as well as Etete and several others; and they are pursuing separate charges against four senior Shell executives.

Whether or not these prosecutions succeed, for now we can no longer celebrate the SEC’s disclosure rule, or the United States’ renewed support in creating a global standard of transparency for the extractive industries. With Donald Trump’s presidency and a Republican-controlled Congress, the SEC rule was immediately vacated under the Congressional Review Act, an obscure law that had been used only once before.

Trump’s frequently racist and misogynist campaign promised to “drain the swamp” of corruption in Washington politics. But congressional Republicans’ decision to scrap the SEC rule, which Trump quickly signed into law, was an act of pure cynicism that helps perpetuate the “corrupt” system that Trump claims he ran against.

After the oil and gas industry failed to block Section 1504 through legal action, it appealed to its friends in Congress for help. And the arguments used by its congressional proxies would be risible had the consequences not been so tragic. U.S. Sen. James Inhofe, a notorious climate-change denier who has received more than $3 million in campaign contributions from the fossil-fuel industry, led the charge: the disclosure rule was an imposition from the Obama era that would be too costly to implement and add needless bureaucratic red tape. No mention was made of the costs borne by citizens when their national wealth is sold off through dirty deals, or by investors when corruption leads to prosecutions and massive fines.

To fulfill the Paris agreement, efforts to combat corruption and climate change must go hand in hand. Corruption, in the widest sense of the word, is the glue that holds the “system” together, that ensures that moneyed and powerful interests are free from rules that are meant to hold them in check. It is why governments that pledged to make large reductions in greenhouse-gas emissions have been unable to meet their commitments.

Shell, Exxon, and most other major oil and gas companies knew decades ago that their products were fueling climate change. But instead of acting on that knowledge, and changing their business model, they embarked on a massive campaign to deceive the public and lure policymakers into complacency. Not surprisingly, Shell is one of 47 major hydrocarbon producers now being investigated by the Filipino government for its role in contributing to human-rights violations stemming from climate change.

To sustain progress in the fight against climate change and corruption, environmental and anti-corruption movements will have to work together, and play to their respective strengths. If nothing else, Trump’s election, and the possibility of more populist victories in Europe this year, have given us a wake-up call.

Lili Fuhr heads the Ecology and Sustainable Development Department of the Heinrich Boll Foundation in Berlin. Simon Taylor is cofounder and director of Global Witness and cofounder of the 2002 “Publish What You Pay” campaign for mandatory disclosure mechanisms in extractive industries. © Project Syndicate, 2017


Hoe corruptie klimaatverandering aandrijft

Van: redactie op 28 maart 2017 | 1 reactie | categorie: Inzicht

Campagnes tegen corruptie hebben in 2016 een reeks cruciale overwinningen behaald. Een belangrijke was de aansprakelijkheid garanderen voor één van de meest slinkse deals van ‘Big Oil’: het verwerven van het Nigeriaanse offshore olieveld OPL 245 door Koninklijke Shell en Eni, het grootste bedrijf van Italië, in 2011. Afgelopen december klaagde de Economic and Financial Crimes Commission van Nigeria een aantal van de betrokken Nigerianen aan, en besloten Italiaanse aanklagers hun eigen onderzoek. Dat brengt de vervolging van de leidinggevenden en bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de deal een stap dichter bij.

Een paar maanden eerder, in juni 2016, vaardigde de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) een regel uit, onder sectie 1504 van de Dodd-Frank Act, die van olie-, gas-, en mijnbedrijven eist dat ze alle betalingen op projectbasis gedaan aan overheden vrijgeven. Wanneer de SEC deze regel eerder had uitgevaardigd hadden Shell en Eni de OPL 245 deal waarschijnlijk niet doorgezet, omdat ze hun betalingen openbaar hadden moeten maken. Maar oppositie uit de olie-industrie vertraagde deze regel, zodat de bedrijven in staat waren om hun betalingen af te dekken.

Vorig jaar markeerde ook de eerste keer in miljoenen jaren dat de concentratie CO2 in de atmosfeer 400 deeltjes per miljoen bereikte. Alhoewel het klimaatverdrag van Parijs toen het in december 2015 gesloten werd onthaald werd als een enorm succes hebben veel ondertekenaars een opvallend gebrek aan ambitie getoond in het behalen van hun koolstofreductiedoelen. Om te begrijpen waarom moeten we de enorme mate waarin onze overheidssystemen gevangen zijn door de corrumperende invloed van gevestigde belangen inzien.

Het verhaal van OPL 245 begon in 1998, toen de Nigeriaanse dictator Sani Abacha het veld toewees aan Malabu Oil and Gas, dat in het geheim in handen was van Dan Etete, Abacha’s eigen olieminister. Dus Etete had OPL 245 in feite aan zichzelf gegeven. Maar nadat het Abacha-regime viel werd het veld van Malabu afgenomen en aan Shell toegekend. Dit veroorzaakte een juridische strijd tussen Malabu, Shell, en de Nigeriaanse regering die pas in 2011 eindigde met de corrupte Shell-Eni deal. Openbare documenten laten zien dat de 1,1 miljard dollar die Shell en Eni voor de overeenkomst aan de Nigeriaanse regering betaalden in werkelijkheid aan Malabu betaald werden. Beide bedrijven wisten dat deze betaalmethode, via een rekening opgezet door J.P. Morgan in Londen, de Nigeriaanse grondwet overtrad en dat de fondsen in private handen zouden eindigen.

Eni beweert dat het de deal heeft onderzocht en ‘geen bewijs heeft gevonden voor corrupt gedrag in relatie tot de transactie.’ Shell op zijn beurt zegt dat het alleen de Nigeriaanse regering heeft betaald, en dat het ‘niet instemt met de premisse achter verschillende publieke verklaringen gedaan door Global Witness over Shell-firma’s in relatie tot OPL 245.’ Maar Italiaanse aanklagers bereiden nu een rechtszaak voor tegen meerdere hoge leidinggevenden van Eni – waaronder de huidige CEO, Claudio Descalzi, en zijn voorganger – zowel als Etete en verschillende anderen; en ze vervolgen vier hoge Shell-directeuren voor andere aanklachten.

Of deze rechtsvervolgingen nu wel of niet slagen, voor nu kunnen we de openbaarmakingsregel van de SEC niet langer roemen, noch de hernieuwde steun van de Verenigde Staten in het creëren van een mondiale standaard voor de winningsindustrie. Met Donald Trump als president en een door de Republikeinen gecontroleerd Congres werd de SEC-regel onmiddellijk afgeschaft onder de Congressional Review Act, een obscure wet die slechts éénmaal eerder gebruikt werd.

Trumps frequent racistische en seksistische campagne beloofde om ‘het moeras droog te leggen’ van politieke corruptie in Washington. Maar de beslissing van Republikeinen in het congres om de SEC-regel te schrappen, die Trump snel in een wet veranderde, was een daad van puur cynisme dat het ‘corrupte’ systeem in stand blijft houden waarvan Trump beweert dat hij er campagne tegen voerde.

Nadat de olie- en gasindustrie er niet in slaagden om sectie 1504 door middel van wettelijke actie te blokkeren deden ze een beroep op hun vrienden in het Congres. De argumenten gebruikt door hun stromannen in het Congres zouden lachwekkend zijn geweest wanneer de consequenties niet zo tragisch waren. Senator James Inhofe, een notoire ontkenner van klimaatverandering die meer dan 3 miljoen dollar in campagnebijdragen ontvangen heeft van de fossiele brandstoffenindustrie, leidde de aanval: de openbaarmakingsregel was een dictaat uit het Obama-tijdperk dat te kostbaar om te implementeren zou zijn en nodeloze bureaucratie zou opleggen. Er werd geen melding gemaakt van de kosten gedragen door burgers wanneer hun nationale rijkdom wordt verkocht door middel van vuile deals, of door investeerders wanneer corruptie leidt tot vervolging en grote boetes.

Om te voldoen aan het akkoord van Parijs moeten inspanningen om corruptie en klimaatverandering te bestrijden hand in hand gaan. Corruptie is in de meest brede zin van het woord de lijm die het ‘systeem’ bij elkaar houdt en garandeert dat rijke en machtige belangen vrij zijn van de regels die bedoeld zijn om ze te beteugelen. Dit is de reden dat regeringen die beloofd hebben om grote reducties in de uitstoot van broeikasgassen tot stand te brengen niet in staat zijn geweest om aan hun engagementen te voldoen.

Shell, Exxon, en de meeste andere grote olie- en gasbedrijven wisten decennia geleden al dat hun producten de klimaatverandering aandreven. Maar in plaats van met deze kennis actie te ondernemen en hun verdienmodel te veranderen begonnen ze een gigantische campagne om het publiek te misleiden en beleidsmakers tot meegaandheid te verleiden. Het is geen verrassing dat Shell één van de zevenenveertig grote producenten van koolwaterstoffen is die nu door de Filipijnse regering onderzocht wordt voor zijn rol in het bijdragen aan schendingen van de mensenrechten voortkomend uit klimaatverandering. Om de vooruitgang in het gevecht tegen klimaatverandering en corruptie vast te houden moeten milieu- en anti-corruptiebewegingen samenwerken en hun respectievelijke sterke punten uitspelen. Als er één ding is wat de verkiezing van Trump en de mogelijkheid van meer populistische overwinningen in Europa dit jaar gedaan hebben is het dat ze ons hebben wakker geschud.

Lili Fuhr,Simon Taylor

Copyright: Project Syndicate 2017